Akoestiek
De
aandacht voor akoestiek en de verbetering van het geluidcomfort groeit.
Vooral in de (meerlaagse) woningbouw, zowel op nationaal als
internationaal niveau. In staalframebouw zijn hoge
geluidisolatiewaarden mogelijk.
Geluidisolatie van woningen in staalframebouw
Voor
de lucht- en contactgeluidisolatie van woningen in staalframebouw
gelden de akoestische principes van droge en lichte bouwsystemen:
geluidisolatie wordt niet bereikt door massa, maar door het toepassen
van meerdere lagen beplating en een akoestische ontkoppeling. Het
geheel moet op elkaar worden afgestemd en het resultaat hangt sterk af
van de plaats van de woningscheidende constructie.
Bouwbesluit 2003
Het
Bouwbesluit stelt eisen aan de karakteristieke indices voor
luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, installatiegeluid en aan de
karakteristieke geluidwering van de gevel. De eisen zijn verschillend
voor gebouwen met verschillende gebruiksfuncties.
Voor gebouwen
met alleen woonfuncties zijn de eisen eenvoudig samen te vatten. De
zwaarte van deze eisen bepaalt vaak de constructie van het gebouw, ook
als er andere gebruiksfuncties zijn. Alleen bij bijeenkomstfuncties
(horeca) en onderwijsfuncties kunnen wezenlijk zwaardere eisen gelden.
De
luchtgeluidisolatie uit het Bouwbesluit is een lastige grootheid. De
waarde is niet alleen afhankelijk van de constructie, maar ook van de
plattegrond. In hetzelfde bouwsysteem kan met dezelfde bouwknopen en
bouwdelen, maar met een andere indeling, de waarde ongeveer 5 dB
variëren.
Geluidisolatie van de gevel
Het
Bouwbesluit stelt een minimale eis aan GA;k van 20 dB(A). Afhankelijk
van de omgeving van het gebouw kan de eis aan de geluidwering oplopen
tot 35 dB(A) of nog hoger. Bepalend zijn de geluidbelasting volgens de
wet Geluidhinder én de toelaatbare grenswaarde in de verblijfsruimten.
Het verschil tussen die twee moet door de gevel worden geïsoleerd.
De
eisen aan de geluidwering gelden voor de hele gevel, inclusief
beglazing en ventilatie. Bij waarden boven 30 dB(A) zijn de maatregelen
voor staalframebouw en andere lichte bouwsystemen ingrijpend.
Installatiegeluid
Ook
de eisen aan het installatiegeluid hebben gevolgen voor de bouwkundige
constructie. De leidingschachten vragen extra aandacht bij boven elkaar
gelegen gebruiksfuncties. De leidingen moeten ter hoogte van de vloeren
worden gemonteerd en koppelingen tussen de leidingen en de
schachtwanden moeten worden vermeden.
Overzicht van akoestische maatregelen
Het
belangrijkste principe bij staalframebouw is het principe van
massa-veer systemen: de plaatmaterialen (massa) worden gekoppeld met
regelwerk en spouwen (veer). Elk massa-veersysteem wordt gekenmerkt
door een zogeheten resonantiefrequentie, een systeemgebonden frequentie
waarin het geheel in een oncontroleerbare trilling komt. Boven de
resonantiefrequentie levert een massa-veersysteem een hoge
geluidisolatie in vergelijking met de massa op zichzelf. De
isolatiewaarde wordt bepaald door de veren tussen de massa?Äôs. Bij het
massa-veer systeem horen twee belangrijke maatregelen:
- beperking van het aantal veren;
- ontkoppelingen tussen beplating en regelwerk én tussen de bouwdelen onderling (bouwknopen).
De bouwkundige kant van akoestische maatregelen
Relateert
men de geluidisolatie aan het eigengewicht, de wanddikte en de kosten,
dan hebben constructies van staalframebouw met gipsplaten een goede
prijs/prestatie-verhouding. De akoestische prestatie hangt af van de
totale samenstelling én van de plattegrond.
Van component tot bouwfysisch geheel
De
afzonderlijke componenten van staalframebouw vormen samen een
bouwfysisch systeem. De totale geluidisolatie hiervan is niet beter dan
de zwakste schakel toelaat. Daarom start een akoestisch ontwerp al bij
de akoestische mogelijkheden van een draagconstructie.
De volgende factoren hebben invloed op het bouwfysisch geheel:
- De opzet van de hoofddraagconstructie;
- De stijfheid van de verbinding van de beplating op de profielen;
- De wanddikte (profielhoogte);
- De buigstijfheid van de afzonderlijke platen;
- De oppervlaktemassa van de totale bekleding;
- Het soort isolatiemateriaal, de soortelijke massa en de eigenschappen ervan (geluidabsorberende vermogen);
Bouwknopen en flankerend geluid
De
uiteindelijke geluidisolatie tussen zendruimte en ontvangstruimte wordt
behalve door het scheidende bouwdeel ook bepaald door geluidsoverdracht
via allerlei indirecte zijwegen (de flankerende bouwdelen). Dit heet
flankerend geluid.
De
overdracht van geluid tussen de bouwdelen vindt plaats bij de
bouwknopen. Bij deze knopen vindt ook demping plaats. Afhankelijk van
de detaillering kunnen trillingen, in de vorm van heen en weer
bewegende of roterende bouwdelen, in meer of mindere mate worden
doorgegeven.
Verbindingsdemping bij bouwknopen
Verbindingsdemping
is de reductie van trillingenergie die optreedt wanneer trillingen door
een bouwknoop van een bouwdeel naar een ander bouwdeel worden
overgedragen.
De geluidpaden zijn bij staalframebouw in principe
gelijk aan die bij massieve, steenachtige bouwsystemen. De
verbindingsdemping werkt wel anders. In de massieve bouw zijn de
bouwknopen buigstijf, vooral de constructief belangrijke. De massa van
een bouwdeel hindert de beweging van het andere bouwdeel.
Bij
staalframebouw zijn de scheidende en flankerende bouwdelen akoestisch
gezien scharnierend verbonden. De trillingoverdracht en de overdracht
van (rotatie)energie wordt bepaald door:
- de flexibiliteit van de verbinding;
- het doorlopen van beplating voorbij de bouwknoop;
- de massaverhoudingen.
Voor
staalframebouw zijn rekenregels nog beperkt beschikbaar, maar de
principes van de verbindingsdemping zijn wel bekend. De
verbindingsdemping bij staalframebouw is hierdoor redelijk goed
empirisch te beschrijven, gebaseerd op metingen.
Met de juiste
maatregelen aan de bouwknopen zijn in de praktijk geluidisolaties Ilu;k
en Ico van meer dan 10 dB te realiseren. Deze maatregelen hebben
consequenties voor de draagconstructie en voor de totale (werkende)
hoogte of dikte van de scheidingsconstructie.
Aansluitingen van bouwdelen
Bij
lichte bouwmethoden verdient de uitvoering van de aansluitingen grote
zorg om geluidlekken te voorkomen. Let op de volgende punten:
- scheiding van flankerende bouwdelen (verbindingsdemping);
- scheiding van aan elkaar grenzende bouwdelen (geluidlekken);
- aansluiting met isolatiestrips, isolatiematerialen (ontkoppelen, verbindingsdemping);
- toepassing van speciale profielen met dichtingsstrips.
Literatuur en laboratoriummetingen
Bij
publicaties worden vaak uitsluitend laboratoriumwaarden gepresenteerd,
deze zijn van geringe betekenis voor de (bouw)praktijk. Dit heeft veel
oorzaken. De belangrijste is dat de geluidisolatie van een wand of
vloer in belangrijke mate wordt beperkt door het flankerende geluid.
Deze is alleen te meten in proefopstellingen met complete bouwknopen of
door praktijkmetingen. Claims op basis van laboratoriummetingen moeten
zeer omzichtig worden benaderd. De verschillen kunnen oplopen tot 10 dB.
Bij
een geluidstechnisch ontwerp kan onderstaande afbeelding als checklist
dienen. In de lijst staan de meest voorkomende wegen van
geluidsoverdracht.
Luchtgeluidisolatie van staalframebouw wanden
Feitelijk
hebben drie onderdelen invloed op de luchtgeluidisolatie van wanden met
een enkelvoudig regelwerk met aan beide zijden een bekleding. Hieronder
worden ze nader toegelicht en de verschillende maatregelen voor een
hogere isolatiewaarde opgesomd.
Buigslappe bekleding
met een hoge massa Voor een goede geluidisolatie moet de bekleding een
geringe buigstijfheid hebben. Zulke 'buigslappe' platen zijn bijna alle
gangbare platen met een dikte tot 20 mm. Hoe hoger de massa per m2 van
een buigslappe plaat, hoe beter de geluidisolatie van de wand is.
Maatregelen:
- hoge soortelijke massa van de platen;
- dubbele beplating;
- verzwaren van de platen (extra massa).
Ontkoppeling
Een
koppeling tussen de verschillende plaatlagen is een geluidsbrug,
bijvoorbeeld door de stijlen. In het ideale geval worden de spouwbladen
volledig ontkoppeld door gescheiden stijlen te gebruiken of door een
dubbele wand. Indien dit niet mogelijk is kan een ontkoppelde wand
verstevigd worden door bijvoorbeeld een laag dwarsprofielen.
Ontwikkelingen
op akoestisch gebied hebben metal-studprofielen (stijlen) voortgebracht
waarvan de koppeling van de beide flenzen wordt gereduceerd. Daardoor
werkt het profiel als een akoestische veer en kan de plaat vrij(er)
bewegen. Verder zijn er profielen waarvan de flenzen een
oppervlaktebewerking hebben gekregen om het contactvlak met de plaat te
verlagen, en daarmee de geluidsoverdracht te reduceren.
Maatregelen:
- grotere h.o.h.-afstand van de stijlen;
- grotere wanddikte (profielhoogte);
- bevestiging van de beplating via isolatiestroken of veerelementen;
- totale ontkoppeling van beplating (wand met dubbele stijlen).
Isolatie
Ter
verhoging van de geluidisolatie wordt de holle ruimte doorgaans
opgevuld met geluidabsorberend materiaal. De geluidsenergie wordt
omgezet in warmte-energie, waardoor het aandeel geluidenergie afneemt.
Isolatiematerialen met gesloten cellen zoals harde schuimen zijn niet
geschikt voor geluidsabsorptie.
Maatregelen:
- vullen met isolatiemateriaal tot maximaal 80%. Dit is één van de meest rendabele investeringen in geluidisolatie.
Vloeren in staalframebouw
Voor
het verhogen van de luchtgeluidisolatie van vloeren gaan dezelfde
principes op als bij wanden. Het contactgeluid is maatgevend voor de
vloeropbouw. Om een hoge contactgeluidisolatie in staalframebouw te
bereiken, moet de directe overdracht via de vloer worden beperkt.
Meestal wordt een (dek)vloer aangebracht van beton, anhydriet, of
zand-cement. Behalve massa, is extra ontkoppeling tussen de
vloerprofielen en de beplating nodig.
De volgende factoren hebben positieve invloed op de contactgeluidisolatie van vloeren:
-
geringe buigstijfheid en hoge soortelijke massa van de (cement)dekvloer
of van de beloopbare betonnen plaat aan de onderzijde van het
vloerelement;
- extra massa in de vorm van dekvloeren, of cementgebonden platen;
- extra ontkoppeling in het regelwerk of toepassing van een vrijdragend verlaagd plafond;
- extra verende vloerbekleding, bijvoorbeeld tapijt (mag niet worden meegenomen in de berekening).
Ook
zijn constructies beschikbaar waarbij de dekvloer met geprofileerde
staalplaten wordt verstijfd en verend op de vloerprofielen wordt gelegd.
Zwevende dekvloeren
Bij
massieve, steenachtige vloeren kan de geluidsisolatie worden verhoogd
door een extra dekvloer. Deze oplossing geldt niet zonder meer bij
staalframebouw. De zwakke punten bij contactgeluid liggen bij lichte
vloersystemen juist bij de lage frequenties. De isolatiewerking van
(zwevende) dekvloeren is bij lage frequenties geringer dan bij de hoge.
Geluidisolatie van vergelijkbare constructies
Een
bepaalde prestatie geldt alleen voor een specifieke vloeropbouw met de
bijbehorende maatvoering en materialen. Men kan de geconstateerde
waarden niet zomaar omzetten naar andere vloeropbouwen, tenzij de
maatgevende factoren (soort profiel, profieldoorsnede, profielafstand,
soort, dikte, bevestiging en aantal plaatlagen, isolatiemateriaal)
overeenkomen.